Frans Roodenburg

Frans Roodenburg

Frans, vertel eens wat meer over jezelf.
Ik ben in 1937 geboren in Vlaardingen, aan de Maassluissedijk, als jongste in een gezin met acht kinderen. Ik heb een leuke jeugd gehad. Wij woonden tegenover een boerderij, waar ik veel tijd doorbracht, onder andere met het melken van de koeien. We speelden veel buiten.
Als jongste had ik het voorrecht, als enige van de kinderen, te kunnen studeren. Dat was in die tijd financieel niet voor mijn broers en zussen weggelegd. Die hebben later, toen ze al een baan hadden, avondstudies gevolgd. Mijn kinderen hebben alle drie gestudeerd. Dat is nu veel meer een vanzelfsprekendheid dan toen. Ik ben getrouwd met Mennie Zonneveld. We hebben samen twee dochters, een zoon en acht kleinkinderen.

Je bent predikant geweest. Vanwaar de keuze voor dit beroep?
Vanaf de Mulo wist ik al dat ik dominee wilde worden. Dat klinkt misschien bijzonder. Ik ben opgegroeid in een gezin dat nauw betrokken was bij de kerk en het geloof. Thuis werden daar met plezier inhoudelijke gesprekken over gevoerd. De sfeer thuis en de specifieke belangstelling van mijn vader voor godsdienst hebben mij waarschijnlijk op dit idee gebracht.
Ik heb theologie gestudeerd aan de Universiteit in Utrecht. Die studie sloot je toen af met een kerkelijk examen. Daarna kon je dan nog je doctoraal halen. Dat heb ik pas gedaan toen ik al als dominee aan het werk was.

Hoe heb jij het predikantschap ingevuld?
In 1963 ben ik voor het eerst beroepen in Scharendijke, een kleine gemeente in Zeeland, met een aantal woonkernen. We zijn in dat jaar ook getrouwd en gaan wonen in een vrij nieuwe pastorie. De oude pastorie was tijdens de watersnood van 1953 weggespoeld. Een gemeente, waar de stormvloed diepe sporen had achtergelaten. Ik heb daar veel dramatische verhalen over gehoord.
Beroepsmatig was ik, naast het werk in de gemeente, heel actief in het strandpastoraat. We hebben daarvoor veel activiteiten opgezet. Ik was er behoorlijk druk mee.

Na 4 jaar zijn we naar Hoek van Holland verhuisd. Een heel andere gemeente en ook een andere tijd. De tijd van de flower power en het eerste openlucht pop festival in het Kralingse Bos. Van jongeren hoorde je over drugsgebruik. Naast het “gewone” parochiale werk ben ik veel bezig geweest met jeugdwerk. Op de zolder van de oude pastorie hadden we een sociëteit voor jongeren ingericht. Jongeren dreigden voor activiteiten weg te trekken naar de stad.
In die tijd heb ik ook de stichting Jeugd Westland mede helpen oprichten. Ik heb toen heel wat tijd gestoken in het lobbyen bij de gemeentes in het Westland, om hen zover te krijgen mee te doen en hiervoor subsidies beschikbaar te stellen.

De rode draad lijkt wel het omgaan met jeugd. Klopt dat?
Natuurlijk was ik een pastor voor alle mensen in mijn gemeenten, jong en oud. Maar,
terugkijkend, heb ik mij, mijn hele werkzame leven, altijd heel betrokken gevoeld bij het jeugdwerk en daar veel in gedaan. Ik ben van mening dat dat onlosmakelijk verbonden is met een kerk die midden in de wereld staat.

Wat kwam er na Hoek van Holland?
Na Hoek van Holland kwam Middelburg en daarna Apeldoorn. In mijn Middelburgse periode heb ik ook mijn doctoraal behaald. Het onderwerp van de doctoraal studie was “Theologie met industriële verhoudingen”. Onderdeel daarvan was “participerende waarneming”. In het kader hiervan heb ik met zestien pastores uit verschillende kerken, zes weken lang bij Hoogovens in IJmuiden als ongeschoold arbeider gewerkt. In ploegendienst gewerkt en met andere werknemers, onder wie twee Spanjaarden, aan de “Koudband” (het schoonmaken van gewalst staal: blik) gestaan. Je kon daar in het begin beter maar niet zeggen dat je dominee was. Al vrij snel was het ijs echter gebroken en na een paar dagen was je onderdeel van de groep. Een leuke en leerzame ervaring.
Tijdens al mijn predikantschappen was ik druk in de weer met veel organisatorische activiteiten. Tot ik in Apeldoorn last kreeg van mijn stem. Ik heb toen een aantal jaren het predikantschap niet kunnen uitoefenen. Ik vond dat moeilijk. Alsof je een mammoettanker in één klap stil moet leggen. In die periode heb ik onder andere voor de Synode, als projectleider van een studiegroep, onderzoek verricht naar het functioneren van kleine gemeenten. Dit heeft een heel toepasbaar rapport opgeleverd, dat heden ten dage nog zeer actueel is.

Mijn laatste gemeente was Pendrecht-Heijplaat in Rotterdam-Zuid. Daar heb ik veel gedaan voor het Samen op Weg proces en samen met de katholieke gemeenschap oecumenische vespers gehouden.
In 1999 ging ik met emeritaat en nu woon ik al weer een tijdje in Maassluis aan de Merellaan.

Je bent in november 2016 lid geworden van de Adviesraad, waarom?
Ik heb kennis gemaakt met de Adviesraad tijdens een gebiedsoverleg van de gemeente in de Koningshof. De Adviesraad stond daar met een standje. Daar stond iemand die ik kende, die mij vroeg of het werk van de Adviesraad niet iets voor mij was.
Dat trok mij wel aan. Ik heb altijd interesse gehad in politieke en maatschappelijke onderwerpen. Gezien mijn achtergrond heb ik veel praktijkervaring met mensen in allerlei situaties. Ik kwam mensen tegen in de moeilijkste periodes van hun leven. Daar moest je mee omgaan en kijken hoe je hen kon helpen om weer vooruit te komen. Je kunt dus zeggen dat ik een ervaringsdeskundige ben.
Ik vind het ook boeiend om beleidsstukken van de gemeente te bestuderen en te bezien wat ik er aan kan bijdragen om ze beter te maken. Beleidstukken maken of doorgronden is voor mij geen probleem. Dat heb ik tijdens mijn werkzame leven ook vaak moeten doen.
Ik ben eerst lid geworden van de Deskundigenpool en nu sinds kort ook lid van de Adviesraad.

Je loopt nu dus een tijdje mee. Vallen je dingen op, of kunnen we dingen beter doen?
Het “grote” werk op beleidsmatig gebied is in 2015/2016 gedaan, tijdens de transities. Toen werd veel beleid vanuit Den Haag overgeheveld naar de gemeenten. Dat was een drukke tijd voor de ambtenaren en voor de Adviesraad. Op dat gebied is het nu rustiger. Ik vind dat we ons nu nog steeds te veel focussen op alleen de stukken die vanuit de gemeente komen. Dat kan anders. We moeten nu omschakelen: onderwerpen op de agenda zetten die belangrijk genoeg zijn voor een ongevraagd advies.

Wat is daarvoor volgens jou nodig?
Daarvoor is nodig dat we meer kijken naar de uitvoering van het beleid. Doet het beleid wat het moet doen? Missen we onderdelen in het beleid? Wat is belangrijk?
Natuurlijk ligt daar ook een rol voor de cliëntenraden. Daar kunnen we goed mee samenwerken. We moeten niet alleen praten maar ook doen. Vanuit de werkgroepen moeten we meer daadkracht ontwikkelen. De voorzitters kunnen het niet alleen doen.

Noem eens wat onderwerpen die onze aandacht verdienen.
Denk aan de dubbele vergrijzing van onze gemeente en het gemis van een specifiek ouderenbeleid. Het armoedebeleid, schuldhulpverlening, participatie. Er zijn genoeg onderwerpen, die onze aandacht verdienen.
We kunnen meer kijken naar andere gemeenten. Waar zijn die mee bezig en wat zijn daar de ervaringen. Je hoeft niet zelf het wiel uit te vinden. Denk aan de activiteiten van Rotterdam op het gebied van een preventief ouderenbeleid of gemeenten die het mogelijk maken dat mensen met een bijstandsuitkering iets meer mogen bijverdienen dan de norm.

Zijn er nog dingen die je verbazen?
Tijdens het recente lijsttrekkersdebat kwam de betrokkenheid van ambtenaren bij de inwoners aan de orde. Nogal wat ambtenaren wonen niet in Maassluis. Hoe kan je dan midden in de Maassluisse samenleving staan? Soms verbaas ik me ook nog wel over de kwaliteit en leesbaarheid van de stukken van de ambtenaren. Dan denk ik: daar had de spellingschecker wel overheen gemogen, bij wijze van spreken. Overigens ben ik ook positief over onze ambtenaren. Zo is de transitie in 2015 in Maassluis zonder al te grote problemen verlopen en dat is een compliment waard.

De laatste vraag. Waarom zouden andere Maassluizers ook lid moeten worden van de Deskundigenpool?
De samenstelling van de Adviesraad is nu te eenzijdig. We missen jonge mensen en mensen met een migratieachtergrond. Zij kunnen zaken vanuit een nieuwe en frisse invalshoek bekijken. En ze zijn nodig voor de continuïteit van de Adviesraad.

© 2018 Adviesraad Samenlevingszaken Maassluis
Privacy beleid